Het Gemeentemuseum maakt gebruik van cookies.

Ik begrijp hetMeer informatie
Menu
  • Gebruik de pijltjestoetsen op het
toetsenbord om te navigeren

    Gebruik de pijltjestoetsen op het toetsenbord om te navigeren

  • of
  • Klik en kies een richting om te navigeren

    Klik en kies een richting om te navigeren

  • Begin met navigeren om te starten

Scrollen

De liefde voor jazz

Mondriaan was dol op de allernieuwste muziek, van Arnold Schönberg tot de charleston en van Josephine Baker tot de boogie woogie. Van het geld dat hij verdiende met zijn werk schafte hij het liefst grammofoonplaten aan. In zijn vrije tijd ging hij naar clubs en bars met livemuziek. De muziek is terug te horen in zijn schilderijen.

Niks geen harmonie!

Mondriaan is niet alleen fan van jazz maar van vrijwel alle ‘vernieuwende’ muziek, zo ook van atonale muziek. Hierin zoeken componisten niet naar een melodie: het gaat om klanken, en om het ritme dat die klanken met elkaar aangaan. Dat is precies wat Mondriaan wil in zijn kunst: losse klanken en ritme op het doek. Met een groepje muzikale vrienden bezoekt hij concerten en filosofeert hij over kunst. Als zijn vriend en componist Jakob van Domselaer zijn compositie Proeven van Stijlkunst opvoert in het Concertgebouw, is het publiek allerminst enthousiast. Mondriaan voert het hoogste woord in de verhitte discussie na afloop. Dit is de toekomst!

De Dansende Madonna
Mondriaan is een fervent danser. Als hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in het kunstenaarsdorp Laren verblijft, danst hij vele avonden in Hotel Hamdorff. Zijn passen zijn gestileerd en hij maakt hoekige bewegingen. Daarmee is hij zo’n opvallende verschijning dat hij al snel bekendstaat als De Dansende Madonna.

Cheeta
In Parijs danst Mondriaan in de bars americains, waar de charleston, de foxtrot en de shimmy worden gedanst. In Nederland is de ‘obscene’ charleston verboden; typisch, vindt hij. Zolang het verbod geldt, wil hij niet terug naar zijn vaderland. Voor hem is er overigens maar één persoon die de dans perfect beheerst, en dat is Josephine Baker. Ze treedt op in exotische outfits en neemt soms zelfs een cheeta mee het podium op.

De platen passen niet in de koffer
In 1938 vlucht Mondriaan voor het nationaalsocialisme naar Londen. Hij kan maar weinig meenemen. Belangrijke kunstwerken zendt hij vooruit en als bagage neemt hij alleen een schildersezel, wat kleding en lakens mee. Zijn platencollectie weet hij onder te brengen bij een goede vriendin, Maud van Loon. Later schenkt zij deze aan het Gemeentemuseum Den Haag.

New York boogie
Als Mondriaan in 1940 aankomt in New York is hij doodmoe van de twee weken durende reis. Toch wil zijn vriend Harry Holtzman hem nog voor het slapengaan de nieuwste muziek laten horen: de boogie woogie. Mondriaan is er meteen gek van en leert er al snel op dansen. Het ritme van de muziek vindt hij helemaal passen bij dat van de metropool. De energie die daarvan uitgaat wil hij weergeven in zijn schilderijen, met als ultieme hoogtepunt de Victory Boogie Woogie.